Hebben opa’s en oma’s recht op omgang met hun kleinkind?

Hebben opa’s en oma’s recht op omgang met hun kleinkind?

Hebben opa’s en oma’s recht op omgang met hun kleinkind?

Dat er een recht op omgang bestaat tussen ouders en kinderen is een bekend recht. Maar hoe zit dit eigenlijk met de grootouders en hun kleinkind? Hebben opa’s en oma’s ook een recht op omgang met hun kleinkind?

23 augustus 2019, door mr. Kim Smienk

Recht op omgang      

Het Burgerlijk Wetboek regelt in artikel 1:377a dat een kind recht heeft op omgang ‘met zijn ouders en met degene die in nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat’. Dit betekent dat ook opa en oma een recht op omgang met hun kleinkinderen kunnen hebben. Let op, het is dus niet altijd het geval dat opa en oma het recht op omgang hebben met hun kleinkind(eren)!

Er dient tussen opa en/of oma en het kleinkind een nauwe persoonlijke betrekking te bestaan.

Het is nodig dat er tussen de opa of oma en het kleinkind een ‘nauwe persoonlijke betrekking’ bestaat. Alleen in dat geval kan er recht op omgang zijn voor de opa of oma met het kleinkind.

Nauwe persoonlijke betrekking en recht op omgang

Wanneer is er nu sprake van zo’n nauwe persoonlijke betrekking? Dit is niet zo simpel te zeggen. Wel kan ik een voorbeeld uit de rechtspraak geven waar volgens de rechter een nauwe persoonlijke betrekking bestond tussen grootouders en een kleinkind.

In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 5 juli 2018 namelijk dat de grootouders een recht kregen op Begeleide Omgang (BOR) met hun kleinkind kreggen. Hiertoe overwoog de rechter het volgende:

– In dit geval heeft het kleinkind enkele maanden in gezinsverband gewoond bij de grootouders;

– Tevens heeft het kleinkind in het verleden samen met haar moeder regelmatig bij de grootouders verbleven;

– Het kleinkind heeft diabetes. De oma fungeerde als aanspreekpunt voor het kinderdagverblijf en de school van het kleinkind voor problemen bij de diabetes van het kind onder schooltijd. Ook was de oma bevoegd om het kleinkind injecties toe te dienen in verband met de diabetes;

– Daarbij had het kleinkind veel veranderingen meegemaakt in haar leven, en vormden de grootouders steeds een stabiele factor. [1]

Op basis van deze feiten was er volgens de rechter sprake van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de opa en oma en het kleinkind, en wees de rechter het omgangsrecht tussen de grootouders en het kleinkind toe.

Op basis van de bovenstaande overwegingen werd geoordeeld dat de grootouders recht op omgang met hun kleinkind hebben.

Afwijzing recht op omgang door rechter

Toch kan het zo zijn dat ondanks dat er een nauwe persoonlijke betrekking tussen de opa en oma en het kleinkind bestaat, de rechter het omgangsrecht niet toekent aan de grootouders. In het Burgerlijk Wetboek is namelijk in artikel 1:377a lid 3 geregeld dat het recht op omgang in de volgende gevallen sowieso afgewezen wordt:

1. Wanneer omgang met de grootouder(s) ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kleinkind.

2. Of, wanneer de grootouder die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kleinkind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang.

3. Of, wanneer het kleinkind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met de grootouder met wie hij in nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken.

4. Of, wanneer omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kleinkind.

Wees een gang naar de familierechter voor en ga als opa of oma om de tafel zitten bij een mediator met de ouder(s) van het kleinkind.

Oftewel: wanneer er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking is tussen de grootouder en het kleinkind, is er niet altijd een recht op omgang.

Tot slot

Komen opa en oma er niet uit met de ouders van het kleinkind? Een gang naar de rechter staat open. Maar wat zal deze rechtsgang opleveren in de toekomst? Het zal de familiebanden niet ten goede doen. Mediation zal een een meer toekomstbestendige oplossing zijn. Neem gerust contact op met me voor een kennismaking!


[1] Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2018:2853, r.o. 3.9.2., 3.9.3. en 3.9.4.