Hoeveel donorkinderen mag een bekende donor hebben?
Als je een kind wilt krijgen met hulp van een bekende donor, zijn er ontzettend veel dingen om samen te bespreken. Welke rol krijgt de donor? Hoe vaak zien jullie elkaar? Wat vertellen jullie later aan het kind?
Maar er is nog een vraag die wat mij betreft altijd op tafel moet komen:
Voor hoeveel gezinnen wil de donor eigenlijk donor zijn?
Misschien heeft jullie donor nog nooit eerder gedoneerd. Maar misschien zijn er al kinderen met zijn hulp geboren. Of wil hij in de toekomst aan voor andere wensouders doneren.
Hoeveel donorkinderen mag een bekende donor eigenlijk hebben? En misschien nog belangrijker: hoeveel vinden jullie samen verantwoord?
Maximaal 12 gezinnen bij een Nederlandse kliniek
Sinds 1 april 2025 geldt in Nederland een wettelijk maximum voor het gebruik van een donor bij fertiliteitsbehandelingen. Een donor mag via Nederlandse klinieken voor maximaal 12 gezinnen worden ingezet.
Het gaat dus niet om maximaal 12 kinderen.
Binnen een gezin kunnen meerdere kinderen met behulp van dezelfde donor worden geboren. De grens ziet op het aantal gezinnen waarin kinderen met behulp van één donor worden verwekt.
Het College donorgegevens kunstmatige bevruchting (Cdkb) houdt dit bij met donorcodes en moedercodes. Iedere donor krijgt een donorcode waaraan maximaal twaalf moedercodes kunnen worden gekoppeld. Een vrouwenstel kan samen gebruik maken van een moedercode. Dit betekent zij allebei zwanger kunnen worden met behulp van dezelfde donor. Een vrouwenstel telt als één gezin, en dus niet als twee gezinnen als zij allebei een kindje willen dragen.
En hoe zit het met een bekende donor?
Bij een bekende donor ligt dit iets ingewikkelder.
Als je met een bekende donor via een Nederlandse fertiliteitskliniek een behandeling ondergaat, gelden de regels die de kliniek moet naleven en wordt de donatie geregistreerd.
Maar bekende donoren en wensouders kiezen vaak voor zelfinseminatie buiten een kliniek.
Het Cdkb houdt alleen zicht op behandelingen die in Nederlandse klinieken plaatsvinden. Donaties die buiten een kliniek plaatsvinden, worden niet op dezelfde manier landelijk geregistreerd. Het is overigens ook niet mogelijk om bij de Cdkb een donor te laten registreren na zelfinseminatie. Mogelijk kan dit in de toekomst, maar momenteel is dit nog niet mogelijk.
Juist daarom is het bij een bekende donor extra belangrijk om zelf heel duidelijke afspraken te maken over eerdere én toekomstige donaties.
Vraag niet alleen: hoeveel kinderen heb je?
Als wensouder zou ik een donor niet alleen vragen hoeveel donorkinderen er al zijn.
Minstens zo belangrijk is de vraag:
In hoeveel gezinnen zijn die kinderen geboren?
Een donor kan bijvoorbeeld vier donorkinderen hebben binnen twee gezinnen. Maar vier donorkinderen kunnen ook in vier verschillende gezinnen opgroeien.
Voor een toekomstig donorkind maakt dat verschil. Ieder nieuw gezin kan immers betekenen dat er weer andere genetische halfbroers of halfzussen zijn met wie het kind later mogelijk contact wil.
Daarom kijk ik bij het opstellen van een donorovereenkomst niet alleen naar het huidige aantal donorkinderen, maar ook naar het aantal gezinnen.
Hoeveel gezinnen vinden jullie zelf verantwoord?
Dat er voor behandelingen via Nederlandse klinieken een maximum van twaalf gezinnen geldt, betekent natuurlijk niet dat een bekende donor ook voor twaalf gezinnen donor móét willen zijn.
Een donor kan er heel bewust voor kiezen om het bij één, twee of bijvoorbeeld drie gezinnen te houden.
Ook wensouders kunnen daar een duidelijke grens in hebben.
Ik vind het daarom belangrijk dat wensouders en donor dit vóór de conceptie met elkaar bespreken.
Hoeveel donorkinderen zijn er op dit moment? In hoeveel gezinnen? Zijn er op dit moment andere donortrajecten gaande? En voor hoeveel gezinnen wil de donor in de toekomst maximaal donor zijn?
Dat zijn misschien niet de meest romantische gesprekken tijdens een kinderwenstraject, maar wel heel belangrijke.
Waarom is het aantal donorkinderen belangrijk?
Bij deze afspraken gaat het uiteindelijk niet alleen om de wensen van de volwassenen.
Een kind dat met behulp van een donor wordt geboren, heeft een genetische band met de donor én met eventuele andere kinderen die met behulp van dezelfde donor zijn geboren.
Later kunnen vragen ontstaan als:
Hoeveel halfbroers en halfzussen heb ik? Wie zijn zij? Weten zij van mijn bestaan? Kan ik met hen in contact komen?
Hoe groter het aantal gezinnen waarvoor een donor doneert, hoe groter het verwantschapsnetwerk rondom een donorkind kan worden.
Dat kan voor donorkinderen veel betekenen.
We weten inmiddels waarom grenzen belangrijk zijn
De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden wat er kan gebeuren wanneer één donor heel vaak wordt ingezet.
Toen in 2025 een landelijke registratie werd ingevoerd, bleek dat 85 van de 4.684 geregistreerde donoren meer dan 25 nakomelingen hadden. Bij één donor ging het zelfs om meer dan 100 nakomelingen.
Dat nieuws zorgde begrijpelijkerwijs voor veel vragen en onrust bij donorkinderen, ouders en donoren.
De huidige grens van twaalf gezinnen is juist bedoeld om zeer grote verwantschapsnetwerken zoveel mogelijk te voorkomen.
Wat leg je hierover vast in een donorovereenkomst?
Als ik een donorovereenkomst opstel, vind ik het belangrijk dat hierover concrete informatie en afspraken worden opgenomen.
Bijvoorbeeld:
- hoeveel donorkinderen de donor op dat moment heeft;
- in hoeveel gezinnen deze kinderen zijn geboren;
- of er nog zwangerschappen of donortrajecten lopen;
- of de donor in de toekomst nog aan andere gezinnen wil doneren;
- voor hoeveel gezinnen de donor maximaal donor wil zijn;
- dat de donor de wensouders informeert wanneer daarin iets verandert.
Zo weten alle betrokkenen vóór de conceptie waar ze aan toe zijn.
Een afspraak als “de donor zal niet onbeperkt doneren” vind ik bijvoorbeeld veel te vaag. Als dit onderwerp voor jullie belangrijk is, kun je beter concreet opschrijven wat jullie met elkaar hebben afgesproken.
Openheid hoort wat mij betreft bij donorconceptie
Ik vind het belangrijk dat een donor vóór het aangaan van een donorovereenkomst open is over het aantal bestaande donorkinderen en gezinnen.
Dat is informatie die wensouders nodig hebben om een bewuste keuze te kunnen maken.
Maar uiteindelijk is die informatie vooral belangrijk voor het toekomstige kind.
Een donorkind kan later willen weten wie zijn of haar genetische halfbroers en halfzussen zijn. Dan is het fijn als ouders vanaf het begin zo volledig mogelijk zijn geïnformeerd en daar ook open over kunnen zijn.
Op de website van het Landelijk Informatiepunt Donorconceptie (LIDC) vind je meer onafhankelijke informatie over donorconceptie, donoren, donorkinderen en het belang van openheid.
Een donorovereenkomst gaat ook over de toekomst
Bij het maken van een donorovereenkomst kijk je niet alleen naar de situatie van vandaag.
Misschien kennen jullie elkaar goed, vertrouw je elkaar volledig en voelt het allemaal heel vanzelfsprekend. Dat is fijn. Maar donorconceptie heeft gevolgen die veel verder gaan dan het moment waarop een zwangerschap ontstaat.
Daarom is het juist goed om vooraf onderwerpen te bespreken die misschien nog ver weg voelen.
Hoeveel gezinnen willen we dat er met behulp van deze donor ontstaan? Hoe houden we elkaar daarvan op de hoogte? En wat willen we dat ons toekomstige kind later over zijn of haar ontstaansgeschiedenis kan weten?
Goede afspraken kunnen de toekomst niet voorspellen. Ze zorgen er wel voor dat jullie er vóór de conceptie bewust over hebben nagedacht.
Hulp bij een donorovereenkomst
Willen jullie een kind krijgen met hulp van een bekende donor? Ik help wensouders en donoren bij het maken van afspraken en het opstellen van een donorovereenkomst.
Daarbij bespreken we niet alleen juridisch ouderschap, gezag en contact met de donor, maar ook onderwerpen als andere donorkinderen, toekomstige donaties en het maximale aantal gezinnen waarvoor de donor wil doneren.
Zo leggen we niet alleen vast wat jullie nú met elkaar afspreken, maar kijken we ook naar wat die afspraken later kunnen betekenen voor jullie kind.